Maatschappij van Weldadigheid

Eind 1700, begin 1800. Na de Franse bezetting was de armoede in de Nederlanden heel groot. De levensomstandigheden in de steden was mensonwaardig geworden en wanhopige plattelanders die naar de steden toetrokken maakte de situatie niet beter.

Generaal Johannes van de Bosch een visionair; probeerde met een maatschappelijk experiment om dit tij te keren. Hij kocht met behulp van beschermheer Prins Frederik woeste heidegronden en arm land op om te bewerken tot landbouwgrond en bood gemeentes aan om in ruil voor een financiële bijdrage arme maar kansrijke mensen te sturen. De ingezonden mensen kregen woonruimte met een stukje grond, huisraad en kleding en moesten dit terugverdienen door te werken.

Generaal van de Bosch geloofde in orde en regelmaat en alle ingezonden paupers werden in de kolonie ingedeeld om volgens vaste schema’s te werken en de kinderen moesten naar school. Kerkgang was verplicht al maakte het niet uit welke geloofsrichting de kerk had die je bezocht. Voor alle kolonisten werd tevens gezondheidszorg geregeld. Mensen die wegens wangedrag werden weggestuurd uit de Vrije Kolonie werden naar onvrije koloniën gezonden of liepen weg naar de zogenaamde Desperado kolonies. Mensen die het goed deden werden aangesteld als wijkmeester om toezicht te houden op een groep kolonisten en ieder die zijn schulden had betaald kreeg de kans om zich buiten de kolonie als zelfstandige bijvoorbeels als Vrijboer te vestigen.